Klassenmanagement is heel belangrijk voor een goede leeromgeving op basisscholen. Leerkrachten van basisschool De Plataan in Velsen-Noord, met 5,320 inwoners, kunnen hun leerlingen beter helpen door slimme technieken te gebruiken. In 2019 had de school 366 leerlingen, maar dit aantal daalt. Daarom zijn nieuwe onderwijsmethoden en slim klassenmanagement nodig voor gelukkigere klassen.
De Plataan heeft leerlingen van wel 30 verschillende nationaliteiten. Het is belangrijk dat de 30 leerkrachten goed begrijpen hoe ze iedereen het beste kunnen onderwijzen. Met hulp van assistenten en stagiaires werken ze hard om een veilige en motiverende plek voor alle kinderen te maken. Dit stuk vertelt hoe goede klassenmanagementstrategieën zowel leraren als studenten ten goede komen.
Wat is klassenmanagement?
Klassenmanagement zorgt voor een ideaal leer- en werkklimaat. Het gaat om activiteiten die helpen de klas goed te laten lopen. Hierbij spelen organisatorische vaardigheden een grote rol. Denk aan plannen, coördineren, en de controle over leeractiviteiten.
Een goede inrichting van de klas is heel belangrijk. Hoe de meubels staan, de indeling van materialen, en looproutes voor leerlingen tellen mee. Dit alles zorgt voor een positief werkklimaat. Leerlingen brengen veel tijd door in het lokaal, dus moet het veilig en stimulerend zijn.
Het is belangrijk de actieve leertijd te vergroten en onderbrekingen te minimaliseren. Duidelijke regels en afspraken helpen problemen voorkomen. Krijgen leerlingen een stem in het maken van regels, dan voelt men zich beter en gedraagt zich positiever.
Goed klassenmanagement op de basisschool mixt beloningen met straffen, bij voorkeur meer beloningen. Regels werken beter als ze samen zijn besproken. Assertieve docenten, duidelijke leerdoelen en regelmatige feedback zijn ook cruciaal. Onderzoek wijst uit dat het gedrag van studenten de sfeer weerspiegelt die leraren en het schoolteam zetten.
Goed klassenmanagement vraagt om zelfbewustzijn van de leraar. Negatieve gedachten moeten positief worden. Zo wordt klassenmanagement een sleutel tot succes en geluk op school. Dit is belangrijk voor zowel leerlingen als leraren.
Effectieve communicatie in de klas
Leraren die goed communiceren met hun leerlingen maken echt een verschil. Dit zorgt voor een prettige sfeer waar iedereen elkaar respecteert en begrijpt. Zo’n sfeer is heel belangrijk voor een goede leeromgeving. Veel leraren zeggen dat ze regels hebben voor telefoongebruik, maar niet iedereen houdt zich daaraan. Dit laat zien hoe essentieel heldere afspraken en vaardigheden zijn voor een nette klas.
In mijn klas heb ik eens positieve feedback gebruikt om leerlingen te motiveren. Zelfs een simpel gebaar als een duim omhoog kan al helpen. Onderzoek wijst uit dat zulke non-verbale steun de boodschap veel krachtiger maakt.
Non-verbale signalen zijn heel belangrijk. Als leraren rustig blijven staan, helpt dat leerlingen om zich beter te concentreren. Goed oogcontact zorgt ervoor dat ze beter opletten. Maar rondlopen zorgt juist vaak voor afleiding.
Aan het begin van het schooljaar besteden we veel tijd aan het aanleren van goede gewoontes. In mijn aanpak; De Geluksaanpak, besteden we in Pijler 1 aandacht aan het leggen van een stevig fundament in de groep. De Geluksmissie en de geluksafspraken worden opgesteld, samen met de kinderen. Door middel van de Geluksmuur worden de leerlingen steeds beloond voor goed gedrag. Goede gewoontes worden zo ingesleten. Effectieve communicatie helpt ook om een fijne leeromgeving te maken. Daardoor gaan de resultaten van de leerlingen vooruit.
Goede communicatie betekent dat je duidelijk moet zijn, zowel in wat je zegt als hoe je het zegt. Hoe leraren en leerlingen met elkaar omgaan is heel belangrijk. Elke leerling is anders en dat betekent dat we rekening moeten houden met hun voorkeuren. Kortom, goede communicatie kan het leren en de resultaten van leerlingen verbeteren. In De Geluksaanpak worden hiervoor de (dieren)rollen gebruikt. Met behulp van deze rollen krijgen de leerlingen inzicht in hun gedragskeuzes. Ze leren wat rood en groen gedrag is; je houding en toon zijn ook belangrijk in goede communicatie en omgang met elkaar.
Het creëren van een positieve sfeer
Een positieve klasomgeving is super belangrijk. Het helpt scholieren sociaal en emotioneel te groeien. Als alles voorspelbaar is en de regels duidelijk zijn, zijn er minder gedragsproblemen. De Geluksaanpak gebruikt daar vele interventies voor:
Om zo’n omgeving te maken, moeten we:
- Goed gedrag belonen. Dit maakt de sfeer beter en iedereen gemotiveerder. De Geluksmuur wordt hiervoor ingezet.
- Leerlingen helpen met de regels. Als ze meedoen, volgen ze de regels beter. De Geluksmissie en de Geluksafspraken worden met elkaar afgesproken.
- Beloningssystemen gebruiken. Zo zien studenten makkelijk hun vooruitgang. De Geluksmuur inzetten.
- Leerzame en leuke lessen geven. Dit houdt de aandacht vast en beperkt slecht gedrag. Coöperatieve lessen zijn hierbij ook een aanrader.
- Even pauzeren voor beweging. Bewegen maakt het makkelijker om te focussen. Leuke beweegspelletjes tussendoor om de aandacht te behouden.
Het is ook belangrijk om vriendelijk en begripvol te zijn naar de leerlingen. Dit maakt het gedrag en de sfeer beter. Als leerlingen elkaar helpen en de leraar geduldig is, werkt alles beter. Inzicht in de rollen die kinderen kunnen kiezen voor hun gedrag (De Roos van Leary4Kids) uit De Geluksaanpak zijn super helpend hierbij.
Het is goed om regelmatig te kijken of een aanpak werkt. Het PBS-model helpt om alles positief te houden en problemen te voorkomen. Als we hoge verwachtingen hebben, zoals het Pygmalion-effect zegt, doen leerlingen het beter.
Structuur en routine
In het basisonderwijs zijn routines erg belangrijk. Ze maken de schooldag overzichtelijk en helpen bij het leren. Het is belangrijk om een vaste dagindeling te maken. Die is goed voor zowel leerkrachten als leerlingen. Goed uitgevoerde routines verbeteren de aandacht en resultaten van leerlingen.
Duidelijke routines besparen tijd. Ze zorgen ervoor dat er minder tijd verloren gaat aan uitleg of rommelige wissels tussen lessen. Start de dag met een “Do Now” activiteit. Dit maakt leerlingen meteen actief en betrokken.
Chaos tijdens overgangen kan je verminderen met heldere routines. Dit maakt de overgang tussen lessen vlotter. Een afgesproken teken voor stilte bespaart de leerkracht tijd en energie. Een kaartensysteem voor toiletbezoeken houdt de klas gefocust.
Een vast ritueel om lessen af te sluiten is ook belangrijk. Dit zorgt voor een rustig en geordend einde. Het helpt bij het behouden van een goede leeromgeving. Onderzoek toont aan dat 70% van de scholen een weekplanning gebruikt. Zo blijven leerlingen overzicht houden. En 80% van de leerkrachten zet routines in voor beter klassenmanagement.
In de eerste weken, de Gouden Weken, maakt 60% van de scholen afspraken en regels. Leerlingen weten dan wat er van hen verwacht wordt. 50% van de leerkrachten zegt dat duidelijke regels de klas beter maken. Ze helpen bij het inleveren van werk en gebruik van lesmateriaal. In De Geluksaanpak is dit Pijler 1: De start en de Geluksmissie; dit schept een stevige basis in de klas, waarop het hele schooljaar voortgebouwd kan worden. Het is wel van belang om steeds goed regie te blijven voeren op de gemaakte afspraken en regels.
40% van de leerkrachten observeert regelmatig de klas. Dit helpt om de lesmethoden te verbeteren. 75% vindt een goede sfeer in de klas essentieel voor succesvol klassenmanagement.
Goede dagelijkse routines zijn dus niet alleen goed voor de leeromgeving. Ze dragen ook bij aan het welzijn en geluk in de klas. Met de juiste onderwijsstructuur creëren leerkrachten een positieve en productieve klas.
Leren omgaan met diversiteit
Het is belangrijk hoe leraren omgaan met verschillen in de klas. Ze zorgen ervoor dat onderwijs inclusief is. Zo kunnen ze alle leerlingen goed helpen. Scholen moeten sinds augustus 2014 zorgen voor een passende plek voor elke leerling. Vooral voor diegenen die extra hulp nodig hebben.
Sommige leerlingen hebben veel meer tijd nodig om te leren dan anderen. Het verschil kan oplopen tot 6 keer zoveel tijd. Dit toont het belang van onderwijs dat op elk kind is afgestemd. Als leraren hier goed in slagen, doen alle leerlingen het beter.
Met het BHV-model kunnen leraren de leertijd en stof aanpassen per leerling. Dit maakt leren uitdagend en relevant voor elk kind. Onderzoek toont aan dat directe instructie zeer effectief is. Ook is het belangrijk dat leraren culturele verschillen respecteren. Zo voelt elke leerling zich gewaardeerd.
Meer dan 90% van de basisscholen werkt eraan om leraren beter voor te bereiden. Toch is er volgens de Onderwijsinspectie nog veel te verbeteren. Doorlopende professionele ontwikkeling van leraren is cruciaal. Ze hebben de juiste middelen en kennis nodig.
Inclusief onderwijs en culturele sensitiviteit zijn essentieel voor een goede leeromgeving. Ze zorgen ervoor dat diversiteit in de klas wordt gewaardeerd. Met deze benadering kan elke leerling op zijn eigen niveau uitblinken.
Betrekken van leerlingen
Het vergroten van leerlingengagement is erg belangrijk voor een goede klas. Onderzoek toont aan dat met betrokken leerlingen, er minder problemen zijn. Ze doen ook meer mee in de les. Maar hoe zorgen we voor meer betrokkenheid bij leerlingen? Laten we enkele succesvolle methodes bekijken:
- Actieve deelname in de les stimuleren: Actieve lessen zorgen voor meer betrokkenheid. Gebruik vragen, korte opdrachten, en groepswerk om dit te bereiken.
- Motiveren van leerlingen: Een positieve relatie tussen leraar en leerling is cruciaal voor motivatie. Als leerlingen zich gewaardeerd voelen, doen ze beter mee.
- Regels en routines: Duidelijke regels en routines verminderen storend gedrag (Marzano). Dit zorgt voor een veilige en stabiele leeromgeving.
Het is van belang om steun en leiding goed te balanceren. Een goede relatie met de leerlingen vermindert problemen. Een empathische en actieve aanpak kan gedragsproblemen sterk verminderen.
Een betrokken houding van de leraar verbetert de klassfeer. Leerlingen voelen zich dan veiliger. Ze nemen ook actiever deel. Goed klassenmanagement beperkt verstoringen en zorgt voor meer leertijd.
Technologie in klassenmanagement
Technologie is heel belangrijk voor modern klassenmanagement. In sommige klassen, zoals groep 3/4, zijn er twee tablets beschikbaar. Leerlingen kunnen zo makkelijk digitale middelen gebruiken, zoals apps en digibooks. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen hun woordenschat flink verbeteren door digitaal lezen.
Het spelen van Kahoot in de klas maakt leren leuker. Het helpt ook bij het ontwikkelen van belangrijke vaardigheden. Bovenbouwleerlingen gebruiken vaak hun telefoon, wat het leren makkelijker maakt.
Er zijn apps als Teacher’s pick en Animoto die leerkrachten ondersteunen. QR-codes bieden toegang tot lesmateriaal. Ook een klassenblog kan nuttig zijn voor het oefenen met schrijven.
Technologie zorgt voor veel voordelen in het onderwijs. Het maakt onder andere gepersonaliseerd leren mogelijk. Tools zoals virtual reality bieden unieke leerervaringen.
Hoewel technologie veel biedt, vervangt het niet de leraar. Een goede balans is belangrijk om de voordelen te benutten.
Omgaan met gedragsproblemen
Gedragsproblemen in de klas zijn lastig voor leerkrachten. Belangrijk is om een positieve leeromgeving te maken. Vooral tijdens wisselmomenten loopt de les makkelijk uit de hand. Goede gedragsmanagement helpt om dit vlotter te laten gaan. De Geluksaanpak beschikt over zes pijlers: Het Gelukspad; en als een school die pijlers implementeert zullen veel gedragsproblemen ondervangen kunnen worden. Dit komt omdat leerlingen inzicht krijgen in hun gedragskeuzes, de goede rollen leren kiezen, de werking van het brein wordt meegenomen in de hele aanpak en omdat leerlingen leren welke goede (gedrags)keuzes ze dagelijks kunnen maken.
Het helpt om verzoeken duidelijk en specifiek te maken, zoals een opdracht geven voor stil werk. In de eerste weken is het belangrijk om goed gedrag te stimuleren. Kneyber geeft aan dat je foutjes kunt aanpakken met verbale correcties, oefenen van goed gedrag, of een sanctie.
Sancties opbouwen is een slimme strategie. Begin met een waarschuwing en eindig, als het moet, met wegsturen. Dit werkt alleen als je consequent bent voor zes weken. Maar, te veel straffen kan slecht zijn voor de relatie met leerlingen.
Positieve bekrachtiging en duidelijke regels zijn belangrijk. Dit vergroot de kans dat leerlingen zich goed gedragen. Training in sociale vaardigheden is ook nuttig. Hierin biedt De Geluksaanpak vele interventies die scholen kunnen inzetten en toepassen.
Speciale plannen voor individuele leerlingen kunnen helpen. Het is belangrijk om goed te praten met de ouders. Evaluatie van hoe dingen gaan is essentieel voor succes.
Er is niet één perfecte oplossing voor gedragsproblemen. Maar goed onderwijs helpt het meest. Het kan helpen om samen te werken met experts. Met de juiste aanpak kunnen leraren een fijne klas maken. De Geluksaanpak is een goed hulpmiddel hierbij. Een school kan kiezen om alle zes de pijlers te implementeren of enkele. Ook als er twee of drie pijlers worden ingevoerd, kan de school al grote verbeteringen zien op het gebied van gedrag.
Professionele ontwikkeling van leerkrachten
Leerkrachten bijscholen is cruciaal voor goed onderwijs. Zo’n 80% van de scholen heeft een plan voor nascholing. Dit onderstreept het belang van voortdurende professionalisering in het onderwijs.
Rond 91% van de VO-onderbouwdocenten volgde recent bijscholing, gemiddeld 13,5 dagen per jaar. Toch is dit minder dan de afgesproken 10% van hun werkjaar. De hoge werkdruk maakt dit lastig te halen.
In het basisonderwijs ligt de focus van bijscholing op zorgleerlingen. Taal en rekenen krijgen minder aandacht. In het VO gaat het vaak over hetzelfde onderwerp. Leraren leren vooral van elkaar, door samenwerking en ervaringen te delen.
Europa ziet een participatie van 88,5% in professionalisering, met 15,3 dagen per jaar gemiddeld. Deze cijfers laten zien dat Nederland nog kan verbeteren op dit gebied.
Evalueren en bijsturen
Het nakijken en aanpassen van hoe we lesgeven helpt om beter te leren. Uit onderzoek blijkt dat feedback soms kan tegenwerken. Dit laat zien hoe belangrijk goede evaluatie is.
John Hattie en Helen Timperley vertellen dat goede feedback super belangrijk is om beter te leren. Als feedback goed aansluit bij wat je moet leren, werkt het veel beter. Dus, we moeten altijd blijven checken hoe we lesgeven.
Shute zegt dat snelle feedback goed werkt bij simpele taken. Maar als iets ingewikkelder is, is het soms beter even te wachten met feedback. Door hier slim mee om te gaan, kunnen we elke leerling beter helpen.
Het is beter om je eigen vooruitgang te zien, dan te vergelijken met anderen. Dit motiveert om zelfstandig te werken en om te blijven groeien. Dit is een belangrijk deel van feedback.
Brooks en Veugen hebben ontdekt dat het vaak mis gaat na feedback. Er moet een duidelijk plan zijn wat je daarna gaat doen. Aanpassen hoe we lesgeven is dan heel belangrijk.
Gulikers en Baartman benadrukken een duidelijke evaluatiecyclus. Deze cyclus heeft vijf stappen en helpt om lesgeven te verbeteren. Dit gebruiken we om te zorgen dat onze lessen steeds beter worden.
Vooruitkijken: de toekomst van klassenmanagement
Het klassenmanagement verandert continu door nieuwe technologieën en onderwijstechnieken. We ontdekken steeds beter hoe we onderwijs effectiever kunnen maken. Zo helpen bijvoorbeeld adaptieve leertools en AI-ondersteunde platforms. Ze laten leerkrachten toe om de leerbehoeften van elke leerling nauwkeuriger te begrijpen. Deze vernieuwingen bieden directe data, waardoor leerkrachten snel kunnen aanpassen en personaliseren. Nog spannend voor veel leerkrachten, maar het kan ook veel mogelijkheden bieden….
Ook is er meer focus op sociaal-emotionele leerstrategieën. Studies tonen aan dat emotionele vaardigheden belangrijk zijn voor studenten hun succes en welzijn. Bijvoorbeeld, onderzoek van Wiefferink en anderen in 2006 toont de impact van deze vaardigheden op mentale en fysieke gezondheid. Daardoor integreren leerkrachten steeds meer sociaal-emotioneel leren in hun aanpak.
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zet stappen naar een betere gezondheidspromotie op scholen. Ze streven naar een aanpak waarbij de gezondheid van leerlingen volledig wordt meegenomen. Door op motivatie te focussen, creëren scholen een ondersteunende omgeving voor studenten.
Naast de huidige veranderingen, moet de toekomst van klassenmanagement ook kijken naar feedback en zelfregulatie. Zelfregulerend leren wordt meer benadrukt, een idee uit de zelfdeterminatietheorie. Het gaat om het geven van vrijheid, het bevorderen van competentie, en het stimuleren van verbondenheid. Zo verhogen we de motivatie van studenten. Scholen moeten dus meer ruimte bieden voor zelfstandig leren en leerkrachten helpen zich professioneel verder te ontwikkelen in deze richting. Het onderwijs staat voor boeiende tijden met deze innovaties.